Op deze pagina
Samenvatting: Stofclassificatie is het indelen van een chemische stof naar de gevaren die zij oplevert. Onder de Europese CLP-verordening (de EU-implementatie van het wereldwijde GHS) krijgt elke stof gevarenklassen, H-zinnen en pictogrammen toegekend. Voor arbeidshygiënisten bepaalt die indeling welke stoffen prioriteit krijgen: CMR-stoffen (carcinogeen, mutageen, reprotoxisch) vallen onder een streng regime, stoffen op de ZZS- en SVHC-lijst vragen om substitutie, en waar een formele grenswaarde ontbreekt kan een DNEL of kick-off waarde de blootstellingsbeoordeling sturen. De artikelen hieronder leggen elk onderdeel van die keten uit — van het lezen van pictogrammen en H-zinnen tot het beoordelen van de betrouwbaarheid van de classificatiebron zelf.
De DOHSBase Kennisbank bundelt de classificatie-onderwerpen die een arbeidshygiënist dagelijks nodig heeft. Begin bij de basis van GHS/CLP en werk toe naar de specifieke regimes voor CMR-stoffen en zeer zorgwekkende stoffen.
Artikelen in deze cluster
- Classificatiebronnen evalueren — hoe je beoordeelt welke classificatiebron leidend is wanneer bronnen elkaar tegenspreken.
- GHS Pictogrammen: compleet overzicht — de negen gevarenpictogrammen en wat ze betekenen.
- H-zinnen: compleet overzicht — alle gevarenaanduidingen (H-statements) op een rij.
- CMR-stoffen — carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen en het bijbehorende regime.
- ZZS en de REACH Kandidaatslijst — zeer zorgwekkende stoffen en SVHC’s, met substitutieplicht.
- DNEL vs OEL: wat is het verschil? — wanneer je een REACH-DNEL gebruikt en wanneer een grenswaarde.
- Een DNEL opzoeken en toepassen — stappenplan voor het vinden en gebruiken van een DNEL.
- Australische GHS-classificaties — hoe de Australische indeling zich verhoudt tot de Europese.
Verwant: de grenswaardenhiërarchie laat zien hoe een classificatie doorwerkt in de keuze van de juiste blootstellingsnorm.
In DOHSBase Online zijn de GHS-classificaties van 325.000+ stoffen gecontroleerd door geregistreerde arbeidshygiënisten, met H-zinnen, CMR-status en de onderliggende bron per stof.