Op deze pagina
Samenvatting: Welke luchtbemonsteringsmethode geschikt is om de blootstelling aan een stof te meten, hangt af van de grenswaarde waaraan je toetst: het meetbereik en de aantoonbaarheidsgrens van een methode moeten ruim onder die grenswaarde liggen, als vuistregel rond een tiende ervan. DOHSBase Online toont bemonsteringsmethoden daarom op twee manieren. Via de tab Bemonsteringsmethoden zie je in één overzicht álle methoden voor een stof, ongeacht bij welke grenswaarde ze horen, handig om snel te zien wat er beschikbaar is. Via een specifieke grenswaarde zie je de methoden die bij díe grenswaarde horen, wat preciezer is bij een compliancebeoordeling. Beide routes tonen alleen methoden voor persoonsgebonden luchtmonsters uit publiek beschikbare normen, geordend volgens een vaste hiërarchie.
Voordat je de blootstelling aan een gevaarlijke stof op de werkplek kunt beoordelen, moet je weten hoe je die blootstelling meet. Voor één stof bestaan vaak meerdere bemonsterings- en analysemethoden, en niet elke methode is geschikt voor elke situatie. Dit artikel legt uit waarom de keuze van de methode samenhangt met de grenswaarde, en hoe je in DOHSBase Online de juiste methode vindt, hetzij via de tab met alle methoden voor een stof, hetzij via een specifieke grenswaarde.
Waarom de juiste methode afhangt van de grenswaarde
Een bemonsteringsmethode is pas bruikbaar voor een compliancebeoordeling als ze concentraties kan kwantificeren die ruim onder de grenswaarde liggen. De achterliggende redenering uit de meetstrategie (de NEN-EN 482-familie en de blootstellingsbeoordeling volgens NEN-EN 689) is eenvoudig: als je wilt vaststellen of een gemeten concentratie onder de grenswaarde blijft, moet de methode juist in dat gebied betrouwbaar meten. Een methode waarvan de aantoonbaarheidsgrens dicht bij of boven de grenswaarde ligt, kan een overschrijding niet uitsluiten.
Als vuistregel moet een methode kunnen kwantificeren tot ongeveer een tiende van de grenswaarde. Daaruit volgt dat de geschiktheid van een methode afhangt van de grenswaarde waaraan je toetst. Een stof heeft vaak meerdere grenswaarden, denk aan een wettelijke en een private grenswaarde, een TGG-8u en een TGG-15min, of grenswaarden uit verschillende landen. Een methode die geschikt is voor de ene grenswaarde, hoeft dat niet te zijn voor een andere, lagere grenswaarde. Daarnaast spelen mee: of de methode geschikt is voor persoonsgebonden luchtbemonstering (PAS), het validatieniveau, de maximale bemonsteringstijd en het bemonsteringsmedium.
Daarom toont DOHSBase Online bemonsteringsmethoden op twee manieren, elk met een eigen doel.
Alle bemonsteringsmethoden voor een stof: de tab
De tab Bemonsteringsmethoden geeft in één overzicht alle methoden die voor een stof beschikbaar zijn, ongeacht bij welke grenswaarde ze horen. Dit is de snelste manier om te zien wat er voor een stof bestaat. Dezelfde methode wordt vaak door meerdere grenswaarden gebruikt; in deze tab staat ze één keer, met een verwijzing naar elke grenswaarde waarop ze van toepassing is.
Elke rij is één onderscheiden methode. De belangrijkste kolommen:
- Rang — de oorspronkelijke prioriteitsvolgorde uit de brondata; methoden zijn standaard op rang gesorteerd. Omdat identieke methoden tot één rij worden samengevoegd, kunnen er gaten in de rangnummers zitten.
- Methodenaam — de naam van de methode, soms met een langere beschrijvende referentie.
- Bemonsteringsprincipe, Medium, Analysetype — hoe het monster wordt genomen en geanalyseerd (bijvoorbeeld actief op kokoskool met GC-FID).
- Jaar — het publicatiejaar.
- Validatieniveau — de mate van validatie van de methode.
- PAS — of de methode geschikt is voor persoonsgebonden luchtbemonstering.
- Directe — of de methode een directe uitlezing geeft.
- NMAM — de NIOSH NMAM-methodenaam, indien beschikbaar.
- Methodrapport — een rapport- of bronverwijzing, indien beschikbaar.
- Gebruikt door grenswaarden — bij hoeveel grenswaarden deze methode hoort. Klik op het aantal om naar die grenswaarden te springen.
Het bereik is bewust afgebakend: de tab toont alleen methoden voor het meten van persoonsgebonden concentraties in de lucht op de werkplek, afkomstig uit publiek beschikbare normen. Veegtesten, indicatorbuisjes, methoden voor emissies uit materialen en methoden die alleen op huidopname zijn gericht, vallen er buiten. De volgorde volgt een vaste hiërarchie: de rangorde uit de brondata, zichtbaar in de kolom Rang.
Boven de tabel kun je de lijst inperken met Filteren op medium en Filteren op analysetype.
Klik op een rij om de volledige details van een methode te openen, met onder meer het concentratiemeetbereik, de aantoonbaarheidsgrens van de analyse, het bemonsteringsmedium, de toegestane debieten en het maximale monstervolume.
Methoden per grenswaarde: preciezer toetsen
Wil je weten welke methoden bij één specifieke grenswaarde horen, ga dan naar de tab met grenswaardegegevens (OELV), klik op een grenswaarderij om de details te openen, en lees onderaan de tabel Metingen met de methoden die bij die grenswaarde horen. Deze route is preciezer wanneer je een blootstelling toetst aan een concrete grenswaarde, omdat ze de methoden toont die voor díe grenswaarde geschikt zijn.
Dit was de enige route nadat de functionaliteit was uitgebreid, en dat bleek in de praktijk te beperkt: niet iedereen zag dat je eerst een grenswaarde moest aanklikken, en wie alleen wilde weten welke methoden er voor een stof bestaan, miste het stofbrede overzicht. Daarom is de tab Bemonsteringsmethoden in volle omvang teruggebracht, naast de route per grenswaarde.
Welke route gebruik je wanneer?
- Snel oriënteren op wat beschikbaar is — gebruik de tab Bemonsteringsmethoden. Eén overzicht van alle methoden voor de stof, te filteren op medium en analysetype.
- Een blootstelling toetsen aan een concrete grenswaarde — ga via de grenswaarde. Je ziet dan de methoden die bij díe grenswaarde horen, inclusief de afweging of het meetbereik ver genoeg onder de grenswaarde reikt.
In de praktijk gebruik je beide: eerst de tab om te zien wat er is, daarna de grenswaarde om gericht de juiste methode te kiezen.
Stap voor stap in DOHSBase Online
- Open de stof in DOHSBase Online. In het voorbeeld hierboven is dat xyleen (alle isomeren, CAS 1330-20-7), met 50 grenswaarde-vermeldingen en 16 onderscheiden bemonsteringsmethoden.
- Voor een stofbreed overzicht: open de tab Bemonsteringsmethoden. Filter eventueel op medium of analysetype.
- Klik op een methode voor de volledige details (meetbereik, aantoonbaarheidsgrens, medium, debieten, validatieniveau).
- Voor een toets aan een specifieke grenswaarde: open de grenswaardegegevens, klik de betreffende grenswaarde aan, en bekijk de methoden die daarbij horen.
- Controleer of het meetbereik van de gekozen methode ruim onder de grenswaarde ligt voordat je ze inzet.
Veelgestelde vragen
Waarom verschillen de geschikte methoden per grenswaarde? Omdat een methode tot ruim onder de grenswaarde betrouwbaar moet kunnen meten, als vuistregel tot ongeveer een tiende ervan. Bij een lagere grenswaarde valt een methode met een hogere aantoonbaarheidsgrens af.
Welke methoden staan in de tab Bemonsteringsmethoden? Alleen methoden voor persoonsgebonden luchtbemonstering uit publiek beschikbare normen. Geen veegtesten, indicatorbuisjes, emissiemetingen of methoden die alleen op huidopname zijn gericht.
Waarom lopen de rangnummers niet altijd door? Identieke methoden worden tot één rij samengevoegd. Daardoor kunnen er gaten in de rangnummers ontstaan en kan het hoogste rangnummer groter zijn dan het aantal rijen.
Wat betekent “Gebruikt door grenswaarden”? Het aantal grenswaarden dat deze methode gebruikt. Klik op het aantal om naar die grenswaarden te springen.