In 2016 publiceerden DOHSBase’s Theo Scheffers en vijf co-auteurs een peer-reviewed studie in Annals of Occupational Hygiene die een fundamentele vraag in de arbeidshygiene onderzocht: hoe betrouwbaar is hazard banding als methode voor het inschatten van veilige blootstellingsniveaus?
Het artikel — “On the Strength and Validity of Hazard Banding” — levert de wetenschappelijke validatie van de aanpak die ten grondslag ligt aan DOHSBase’s kick-off waarden: stoffen groeperen op basis van hun GHS/CLP-gevarenclassificatie en blootstellingsnormen afleiden uit de statistische verdeling van bekende grenswaarden binnen elke groep.
Wat is hazard banding?
Hazard banding (HB) is het proces waarbij chemische stoffen worden ingedeeld in banden die een toenemend gezondheidsgevaar weerspiegelen. Elke band correspondeert met een bereik van aanvaardbare blootstellingsconcentraties. Het principe is eenvoudig: stoffen met vergelijkbare gevarenprofielen zouden vergelijkbare grenswaarden moeten hebben.
Dit is hetzelfde principe achter DOHSBase’s kick-off waarden. Wanneer een stof geen formele grenswaarde heeft, kunnen de H-zinnen — de gestandaardiseerde gevarenaanduidingen onder de CLP-verordening — worden gebruikt om de stof in een gevarenband te plaatsen en een conservatieve blootstellingsnorm af te leiden.
Het onderzoek: vier systemen, 229 stoffen
Scheffers en collega’s vergeleken vier gevestigde hazard banding systemen:
- DGUV-IFA Spaltenmodell (Duitsland) — ontwikkeld door de Deutsche Gesetzliche Unfallversicherung
- HSE-COSHH Essentials (Verenigd Koninkrijk) — het control banding instrument van de Health and Safety Executive
- BAuA-EMKG (Duitsland) — het Einfaches Maßnahmenkonzept Gefahrstoffe van het Bundesanstalt für Arbeitsschutz und Arbeitsmedizin
- Solvay OEB (S-OEB) — een intern Occupational Exposure Band systeem
De vergelijking werd uitgevoerd op 229 stoffen die zowel kwalitatief hoogwaardige GHS/CLP-classificaties als goed onderbouwde grenswaarden (OEL’s) hadden. Deze dubbele vereiste was essentieel: het stelde de onderzoekers in staat te toetsen of gevarenbanden daadwerkelijk voorspellen waar de grenswaarde van een stof valt.
Belangrijkste bevindingen
De resultaten toonden zowel de kracht als de beperkingen van hazard banding:
Overeenstemming varieert sterk. Slechts 23-64% van de stoffen kreeg identieke bandtoewijzingen in alle vier de systemen. De verschillen ontstaan doordat elk systeem GHS-gevarencodes anders vertaalt naar banden — dezelfde H-zin kan een stof in band 3 plaatsen in het ene systeem en in band 4 in het andere.
Sommige systemen presteren beter. Het S-OEB systeem toonde de sterkste overall prestatie, met een nauwere correlatie tussen toegewezen banden en werkelijke grenswaarden.
De aanpak is statistisch valide. Ondanks de verschillen tussen systemen bleek hazard banding als methodiek blootstellingsschattingen op te leveren die binnen een verdedigbaar bereik vallen. De concentratiebereiken per band zijn statistisch betekenisvol — niet willekeurig.
GHS/CLP-groeperingen zijn bepalend. Verschillende groeperingen van gevarencodes leiden tot verschillende bandtoewijzingen en daarmee tot verschillende beheersmaatregelen. Deze bevinding onderstreept het belang van een goed gevalideerde groeperingsmethodiek.
De link met DOHSBase kick-off waarden
DOHSBase’s kick-off waarden methodiek bouwt direct voort op deze principes. In plaats van stoffen in te delen in brede banden, doet DOHSBase het volgende:
- Stoffen groeperen op basis van hun specifieke H-zinnencombinaties
- Alle stoffen in elke groep identificeren die wel formele grenswaarden hebben
- Het 10e percentiel van die grenswaarden berekenen — een bewust conservatieve norm
- Die waarde toekennen als kick-off waarde voor stoffen in de groep die geen formele grenswaarde hebben
Deze aanpak, voor het eerst geintroduceerd in 2005 en bijgewerkt in 2014, wordt sinds 2012 erkend door de Arbeidsinspectie als een valide methode voor het vaststellen van blootstellingsnormen. De peer-reviewed studie uit 2016 levert de wetenschappelijke validatie dat het onderliggende principe — groepering op basis van gevarenclassificatie — statistisch deugdelijk is.
Met meer dan 100.000 kick-off waarden in de database zorgt deze methodiek ervoor dat arbeidshygienisten een kwantitatief startpunt hebben voor vrijwel elke geclassificeerde stof, ook wanneer er geen formele grenswaarde bestaat.
Lees het volledige artikel
Het volledige artikel is vrij beschikbaar via PubMed Central:
Lees het volledige artikel (PMC)
Scheffers, T., Doornaert, B., Berne, N., van Breukelen, G., Leplay, A., & van Miert, E. (2016). On the Strength and Validity of Hazard Banding. Annals of Occupational Hygiene, 60(9), 1049-1061. doi:10.1093/annhyg/mew050
Gerelateerde presentaties en data
Het onderzoek in dit artikel werd ondersteund door conferentiepresentaties en validatie-analyses:
- Validatie van Control Banding en Hazard Grouping — Theo Scheffers, conferentiepresentatie (april 2014)
- DNEL vs OELV — Theo Scheffers, AIHce 2014 Ignite-sessie
- Kick-off waarden: Introductie en methodiek — Geert Wieling, NVvA-presentatie (maart 2014)
Validatie-boxplots die kick-off waarden vergelijken met gevestigde hazard banding modellen:
Probeer DOHSBase Online
Zoek gratis 10 stoffen op in onze database met 325.000+ chemische stoffen.
Gratis uitproberen